|
Goud
Goud is van nature een zacht metaal en daardoor moeilijk tot sieraad te verwerken. Ter verharding wordt goud dan ook gemengd met bijmetalen als zilver, nikkel en koper; zo ontstaan de zogenaamde goudlegeringen. In Europa wordt de hoeveelheid puur goud die aanwezig is in een sieraad uitgedrukt in duizendsten. Zo heeft puur goud, beter bekend als 24 karaats goud, een waarde van 1000 duizendsten. 18 karaats goud dat voor 0,75 deel uit puur goud bestaat, heeft derhalve een waarde van 750 duizendsten. De ‘rest’ is dan meestal zilver of koper. Aan de verschillende bijmetalen ontleent goud haar kleurnuances. Roodgoud ontstaat door de toevoeging van koper en witgoud door aan de legering koper, nikkel of palladium toe te voegen. |